Hoe België zich voorbereidt op het verbod op verbrandingsmotoren in 2035

Belgische nummerplaat

Het verbod op de verkoop van nieuwe auto’s met verbrandingsmotoren tegen 2035 is een Europese afspraak die ingrijpende gevolgen heeft voor mobiliteit, industrie en beleid. In België, met zijn complexe federale en regionale bevoegdheden, is de voorbereiding een mix van stimuleringsmaatregelen, investeringen in laadinfrastructuur, experimenten met retrofitting en beleidskeuzes op regionaal niveau. In dit blog leg ik uit welke stappen al gezet zijn, welke uitdagingen nog liggen te wachten en wat dat concreet betekent voor bestuurders, bedrijven en gemeenten.

1. Europees kader — waarom 2035 telt

De EU-regelgeving bepaalt dat alle nieuw verkochte auto’s vanaf 2035 netto geen CO₂-uitstoot meer mogen hebben. Dat creëert een harde horizon die fabrikanten, investeerders en overheden planningzekerheid moet geven, en tegelijk druk zet op lidstaten om de ondersteuning en infrastructuur klaar te zetten. Deze deadline is dus niet alleen symbolisch: ze dwingt actoren om in versnelling te schakelen.

2. Regionale keuzes: Vlaanderen, Wallonië en Brussel

België heeft een gedecentraliseerd bestuur: mobiliteit en stedelijke regelgeving zitten grotendeels bij de regio’s. Daarmee kunnen Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest eigen maatregelen nemen — van subsidies tot lage-emissiezones. Brussel gaat bijvoorbeeld nog een stap verder door diesel vóór 2030 en benzine/LPG vóór 2035 uit de stad te bannen via haar low-emission beleid; dat is een concreet lokaal instrument om oudere verbranders versneld van de weg te halen.

3. Financiële stimulansen en fiscale prikkels

Op federaal en regionaal niveau bestaan verschillende vormen van steun: fiscale aftrekken voor bedrijfslaadpunten, premies voor laadpalen thuis en subsidies voor laadinfrastructuurprojecten. Bedrijfslaadpalen zijn in veel gevallen fiscaal aantrekkelijk — sommige investeringen zijn volledig aftrekbaar — en particulieren konden in voorgaande jaren voordelige belastingregelingen voor thuisladers aantreffen (regels evolueren, consulteer actuele bronnen). Zulke prikkels maken de aankoop en het gebruik van elektrische voertuigen (EV’s) financieel aantrekkelijker en stimuleren bedrijven om hun wagenpark te vernieuwen.

4. Opschaling van laadinfrastructuur

Een van de grootste knelpunten voor 100%-elektrisch rijden is toegang tot betrouwbare laadpunten. Op dat vlak is er in België een zichtbare versnelling: zowel commerciële aanbieders (Fastned, Ionity, lokale netwerkbeheerders) als overheidsprojecten en spoorwegmaatschappijen investeren fors in snellaadnetwerken en in publieke laadpalen in steden en langs snelwegen. Recent werden grootschalige projecten aangekondigd — bijvoorbeeld grootschalige installatieplannen van laadpunten voor bedrijven en voor de spoorsector — wat aangeeft dat de bouw van infrastructuur een topprioriteit is.

5. Vloottransitie: bedrijven en openbaar vervoer

Bedrijven worden aangemoedigd hun wagenpark te elektrificeren dankzij fiscale stimuli en lagere operationele kosten van EV’s. Ook openbare vervoerders en logistieke spelers bereiden zich voor: elektrische bussen en last-mile voertuigen zijn al zichtbaar in steeds meer steden, en grotere projecten kijken naar elektrische vrachtwagens of alternatieven zoals waterstof voor zware toepassingen. Bovendien zijn er concrete aanbestedingen en investeringen gepland om laadinfrastructuur voor bedrijfs- en spoorvloten te plaatsen.

6. Innovaties en alternatieven: retrofitting en moeilijk bereikbare segmenten

Niet elke verbrandingsauto zal meteen worden vervangen; voor sommige oudere of klassieke voertuigen wordt gekeken naar retrofit-oplossingen (het ombouwen van een auto naar elektrisch). België toonde interesse in dergelijke trajecten omdat ze circulair voordeel bieden en een brug vormen voor eigenaren die hun wagen willen behouden zonder fossiele brandstof. Voor zware vracht en speciale toepassingen worden ook andere technologieën onderzocht (waterstof, synthetische brandstoffen), omdat batterijen niet altijd de best passende oplossing zijn.

7. Technische en maatschappelijke uitdagingen

De transitie is niet zonder problemen. Grote uitdagingen zijn:

  • Netcapaciteit en slimme energiemanagementsystemen: massale laadbehoefte vereist investeringen in het elektriciteitsnet en slimme laadsturing.

  • Betaalbaarheid en aanbod: de prijs van nieuwe EV’s daalt maar blijft voor veel gezinnen een drempel; een gezonde tweedehandsmarkt is cruciaal.

  • Werkgelegenheid en industriële heroriëntatie: de autosector en toeleveranciers zien verschuivingen in kennis en banen — beleidsmakers moeten zorgen voor omscholing en regionaal industrieel beleid.
    Deze knelpunten worden deels opgevangen door subsidies, netversterkingprojecten en ondersteuningsprogramma’s, maar blijven aandachtspunten richting 2035.

8. Wat merken reguliere bestuurders en ondernemers?

Praktisch betekent dit voor velen: aantrekkelijkere bedrijfsvoorwaarden om over te stappen, meer publieke laadpalen in woonwijken en langs routes, en geleidelijke uitbreiding van elektrische shuttle- en busdiensten. Gemeenten krijgen middelen en reglementen om laadzones en parkeerbeleid aan te passen. Wie vandaag nadenkt over autokopen of wagenparkbeheer, doet er verstandig aan de EV-opties grondig te vergelijken en rekening te houden met laadinfrastructuurthuis of op het werk.

9. De weg vooruit: samenwerking blijft cruciaal

Succes hangt af van samenwerking: federale en regionale overheden, netbeheerders, private laadbedrijven, autofabrikanten en steden moeten op elkaar afgestemde plannen maken. Investeringszekerheid, heldere vergunningstrajecten voor laadpunten en een beleid dat de sociale aspecten (betaalbaarheid, werk) adresseert, zullen bepalen of België de 2035-doelstelling soepel kan omzetten naar dagelijkse mobiliteit. De weg is ambitieus maar haalbaar als politieke wil en private investeringen blijven samenkomen.

Conclusie

België zet sterke stappen richting 2035 door fiscale stimulansen, regionale beperkingen voor verbranders in stedelijke zones, en een versnelde uitrol van laadinfrastructuur. Toch is er werk aan de winkel: netcapaciteit, betaalbaarheid en omscholing vragen voortgezette aandacht. Voor bestuurders betekent het: informeren, plannen en waar mogelijk nu al nadenken over een elektrische of anderszins zero-emissieve toekomst. De klok tikt naar 2035, maar met slimme beleidskeuzes en duidelijke investeringen kan België die deadline omzetten in een duurzame kans voor economie, steden en burgers.